Ook dit jaar gaan we weer op weg naar Pasen. In de winkels ziet het geel van alle paasartikelen. Achter ons huis ziet het geel van de narcissenvelden. Het voorjaar komt eraan. Soms heel snel en overrompelend, soms met horten en stoten en een flinke sneeuwbui.
Ons leven verloopt soms ook op verschillende manieren. Er zijn perioden dat alles meezit en het ons voor de wind gaat. Dan zitten we in een flow en lijkt alles te lukken. Een heerlijke euforie van gevoelens, ervaringen en belevingen. Er zijn ook perioden dat alles tegenzit. Elke weg lijkt afgesneden en op elke meter liggen obstakels.
God kent ons. Al vanaf het begin. Zelfs al voordat wij geboren waren, kende Hij ons. En bij onze geboorte vingen Zijn handen ons op zoals Psalm 22 zegt. Dat blijft Hij ons hele leven doen. Juist ook in tijden dat het niet goed gaat en we Hem misschien minder voelen. In Psalm 56:9 vangt God onze tranen op in een kruik. In een kruik bewaar je alleen kostbare zaken zoals olie en specerijen. God bewaart er onze tranen in. Hij vindt die te kostbaar om weg te laten vloeien.
God zendt zelfs Zijn eigen Zoon naar onze aarde om mens te worden. Mens zoals jij en ik. Een mens met ups en downs. Een mens die weet wat het is om hier op aarde te leven. Die de mooie en minder mooie kanten van het leven kent.
Dat is het unieke van het Christendom. God zelf is naar de aarde gekomen. We eren geen God die ergens in een ideaalstaat hoog verheven zetelt, we eren een God die weet wat het is om hier als mens op aarde te leven. Mensen kunnen heel gemakkelijk over een ander oordelen zonder de achtergronden te kennen en zonder ooit in die situatie geweest te zijn. We spreken niet voor niets van de beste stuurlui die aan wal staan. Ik kijk nu een televisieserie waarin de directeur van de dienst op een hoorzitting wordt gedaagd om iets wat er in Afghanistan tijdens een missie is gebeurd. De voorzitter van de commissie gaat helemaal los in zijn kritiek. Waarop de directeur fijntjes opmerkt: “Bent u ooit uitgezonden geweest? Were you there? Oh nee, u bent zelfs nooit in dienst geweest. Hoe kunt u enig idee hebben van de gevaren en de moeiten die mijn mensen tegenkomen tijdens zo’n missie. En dan durft u te oordelen?”
Dat is het grote wonder van Jezus’ komst naar onze aarde. Jezus is uitgezonden geweest naar de aarde. Hij heeft alle mooie en moeilijke dingen meegemaakt. Hij is verzocht geweest door satan. Hij is in de steek gelaten door zijn familie en vrienden. Hij is onterecht beschuldigd en veroordeeld. Hij heeft alle gevoelens gevoeld, de fijne en de verdrietige, de hoopvolle en de wanhopige. He was there. We hoeven niet tegen een muur van onbegrip te stuiten bij Hem, want Hij kent ons. Jezus is daarom ook de enige die onze Rechter kan zijn. Hij is immers tot en met Goede Vrijdag bij ons op aarde geweest en kent ons en ons leven door en door. Daardoor is Hij de enige die eerlijk kan oordelen. Hij heeft als Rechter over ons geoordeeld en heeft tegelijkertijd onze straf gedragen en is voor onze zonden gestorven.
Rechtspreken is echter meer dan alleen iemand veroordelen en berechten. Rechtspreken is ook iemand recht verschaffen. Hoe vaak sta je hier op aarde niet in je recht en wordt je geen recht gedaan? We kennen niet voor niets het woord onrechtvaardig. En rechtspreken is ook iemand in zijn recht herstellen. De positie die je bent kwijtgeraakt, krijg je van de rechter weer terug.
Daarom is onze Rechter Jezus gestorven voor onze zonden, maar is Hij met Pasen opgestaan. Hij verschaft ons recht als onze Rechter en herstelt ons in onze rechtmatige positie als mens naar het evenbeeld van God. We hebben eeuwig leven! De dood is overwonnen.
Dat is en was Gods plan. En wanneer we bij God mogen komen, zullen we geen honger meer lijden en geen dorst. Zal de zon ons niet meer steken, de hitte ons niet bevangen. Want het Lam midden voor de troon zal ons behoeden, ons naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit onze ogen wissen. Zo zegt Openbaring 7:16 en 17. Die tranen kunnen vele oorzaken hebben. Misschien zijn het tranen van verdriet, misschien van spijt en berouw, misschien zijn het tranen om onrecht dat ons of anderen is aangedaan.
Openbaring 21:3 en 4 vertelt dat Gods woonplaats is onder de mensen, Hij zal bij ons wonen. Wij zullen Zijn volken zijn en God zelf zal als onze God bij ons zijn. He is here! Hij zal alle tranen uit onze ogen wissen. Er zal geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, geen pijn, want wat er eerst was, is voorbij!
Dat is Pasen!





