De afgelopen weken heeft Gilbert gesproken over generosity. De vrijgevigheid aan de ander. Je staat zelf iets af zodat de ander dat kan hebben. Hier is Jezus hét grote voorbeeld van. Hij geeft aan het kruis zichzelf als offer voor ons uit liefde.
Daarvoor spreekt Hij veel over liefde. In Johannes 15: 13 lezen we “Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.” Dat heeft veel mensen in oorlogssituaties troost gegeven. Onder andere de twee jonge broer en zus Scholl, Hans en Sophie Scholl die beiden geëxecuteerd zijn in de Tweede Wereldoorlog. Een enorm drama waar hun zus Inge Scholl het boek Die Weisse Rose over heeft geschreven. Velen zijn gestorven in de wetenschap dat zij door hun dood het leven van hun vrienden beschermden en mogelijk maakten. Zij ruilden hun eigen leven voor dat van hun vrienden. Dit jaar herdenken we tachtig jaar vrijheid. Ik hoop dat we dan nog even denken aan de offers die zijn gebracht, de ultieme generosity van sommigen. Er zijn nog maar weinig mensen over die de oorlogssituatie zelf hebben meegemaakt. Het valt ook nauwelijks uit te leggen wat die constante dreiging met hen deed. De offers die gebracht zijn, kunnen wij ons nauwelijks meer voorstellen na tachtig jaar vrede.
Jezus spreekt tijdens Zijn leven ook al over een ruil. Hij biedt aan onze moeiten en lasten op Zich te nemen in ruil voor Zijn lichte last en zachte juk. “Kom alleen bij Mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, Ik zal jullie rust geven. Neem Mijn juk op je en leer van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want Mijn juk is zacht en mijn last is licht.”
staat in Matteüs 11:28. Dat krijgt pas zijn grote betekenis als je zelf vermoeid bent en onder zware lasten gebukt gaat. Als alles je voor de wind gaat, lees je er makkelijk overheen. Als het leven echt overleven wordt, begint deze tekst betekenis te krijgen en leer je hopelijk je eigen shit te ruilen voor het leven dat Jezus biedt. Soms is dat een lange weg. Je moeiten en pijn en lasten zijn immers bekend terrein. Dat ruilen voor een ander, zacht, juk en een lichte last klinkt best heftig. Toch is dat het enige mogelijke om niet te bezwijken. Geef iedere morgen je vermoeidheid aan Jezus. Geef je last aan Hem. En merk dat je er iets positiefs voor terugkrijgt. Merk dat het een goede ruil is.
Op Goede Vrijdag en met Pasen heeft Jezus de ultieme ruil voltrokken. Hij is op Goede Vrijdag gestorven voor onze zonden. Hij werd tot zondaar gemaakt, gescheiden van God, zodat wij in Gods nabijheid konden blijven. Wij werden vrij door de ruil van Jezus. Met Pasen heeft Hij de dood ingeruild voor het leven. Door Zijn opstanding is de dood overwonnen. Door Zijn opstanding hoeven wij niet meer te vrezen voor wat er komt na onze dood. We weten dat we eeuwig leven hebben dankzij het offer van Jezus.
Maarten Luther noemde in zijn tijd de ruil die aan het kruis door Jezus werd voltrokken een “vrolijke ruil”. Dat lijkt een rare uitdrukking die niet past bij het lijden en sterven Christus. Maar als je kijkt naar hoe wij zonder het kruis zouden leven, in zonde en in gebondenheid, is het wel degelijk een vrolijke ruil. We ruilen de zonde in voor vrijheid. Van zondaar worden we door het offer van Jezus mensen die in vrijheid leven. De macht van satan is overwonnen!
Christus gaf alles. Hier was sprake van echte generosity. Hij gaf zichzelf, Zijn leven en Zijn eenheid met God. Door de scheiding van Jezus met God aan het kruis, wanneer Hij roept “Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?” mogen wij altijd in verbinding blijven met God. De scheiding is weggedaan, het voorhangsel is gescheurd en verdwenen. Er is geen scheiding meer tussen God en ons. Daarvoor heeft Jezus wel alles gegeven wat Hij had. Zelfs nog meer dan Hans en Sophie Scholl. Zelfs nog meer dan alleen Zijn leven. Hij heeft zijn eenheid met God opgegeven zodat wij, in welke omstandigheid we ook verkeren, nooit of te nimmer gescheiden zouden zijn van God. Dat is inderdaad een “vrolijke ruil”!





