Het gezegde “rust roest” wordt vooral gebruikt om jezelf of een ander weer tot actie aan te zetten. Nu heb ik in mijn leven al best veel verroest gereedschap gezien. Dat kwam meestal omdat het ergens niet helemaal droog was weggelegd zonder er nog naar om te kijken. Na verloop van tijd hield je dan een stuk verroest gereedschap in je handen dat nergens meer voor diende.
In overdrachtelijke zin wordt dit gezegde vooral tegen ouderen gebruikt om hen in beweging te houden. Niet zo gek wanneer je je bedenkt dat door te weinig beweging de spieren aan kracht inboeten en vaak ook letterlijk krimpen.
Een andere betekenis in de zin van rust is de geestelijke of psychische rust die je nodig hebt. Hierbij is het gezegde helemaal niet van toepassing. Onrust als tegenstelling van rust is het meest slopende dat je kunt hebben als mens. Vooral in de nacht kan die onrust opkomen en je de slaap ontnemen. Waardoor komt die onrust? Door dingen die je van jezelf nog moet doen. Door dingen die gebeurd zijn. Maar vaak ook door dingen die je jezelf of anderen kwalijk neemt. Dan kom je op het begrip veroordelen. Dingen die niet goed gegaan zijn in het verleden. Mensen die jij niet goed hebt behandeld of die jou niet goed hebben behandeld.
In de Bijbel lees je over vergeven. Een ander vergeven zoals ook God jou je zonden vergeeft. Onvergevingsgezindheid is een enorme blokkade in het contact met God. Het houdt je ook onrustig. Het berooft je van je psychische of geestelijke rust. Het is als een klein geniepig stemmetje dat maar blijft herhalen wat die ander fout heeft gedaan. Sommige mensen kunnen na tientallen jaren nog in woede uitbarsten om iets wat hun is aangedaan. Vaak begrijpelijke woede omdat het leed niet gering is geweest en soms nog een rol speelt in je leven. We zijn er als christen van doordrongen dat vergeving, hoe moeilijk soms ook, noodzakelijk is. Noodzakelijk voor de relatie met God en noodzakelijk voor je eigen gemoedsrust. Dat is echter niet altijd gemakkelijk.
Daar bovenop is er ook nog zoiets als jezelf vergeven. Jezelf vergeven voor datgene wat je verkeerd hebt gedaan in het verleden. Datgene waar je een ander mee beschadigd hebt. En daarmee dus ook jezelf. Datgene dat kan worden beschreven als zonde. Een zonde die je hebt begaan aan die ander. De pijn die je hebt berokkend. De schade die je hebt aangericht bij die ander. Soms onbewust, maar soms ook heel bewust helaas. Door verkeerde keuzes, door egoïsme, door onnadenkendheid, en ga maar door. Je kunt een ander zo gemakkelijk verkeerd behandelen. Je kunt een ander ook zo gemakkelijk tekort doen door nalaten om te handelen. Je had iets kunnen doen voor die ander, maar je hebt het nagelaten. Uit angst, gemakzucht, onverschilligheid, noem maar op.
Dat brengt onrust met zich mee. Soms een ‘heilige’ onrust waardoor je in actie komt om de dingen recht te zetten en waardoor je vergeving kunt vragen aan die ander. Soms is dat ook niet meer mogelijk. De ander is overleden, of is zover uit je leven verdwenen dat vergeving vragen of dingen goedmaken niet meer mogelijk is. Dan is het vaak een hele nare onrust zonder dat je hier nog iets aan kunt rechtzetten. Deze onrust werkt veel schadelijker dan je je kunt indenken.
Hoe belangrijk is het dan om te bedenken dat Jezus gestorven is voor álle zonden. Voor de zonde van het tekort doen van God waardoor het contact met God niet is zoals het zou moeten zijn. Voor de zonde die de ander aan jou heeft gedaan en die je maar nauwelijks kunt vergeven. Voor de zonde die je aan anderen hebt gedaan. En óók voor de zonde die je doet door jezelf niet te vergeven voor wat er gebeurd is of wat je gedaan hebt.
Lijkt dit niet een super makkelijke oplossing? Nee dat is het niet. Het is geen kwestie van ‘zand erover’ en net doen alsof er niets is gebeurd. Het is de moeilijke keuze van de aanvaarding van het offer van Jezus. Want dat geldt ook voor jou. Voor de zonde die je jezelf eigenlijk niet kunt vergeven. Tegen de veroordeling van jezelf om wat je gedaan of juist niet gedaan hebt.
Jezelf vergeven omdat Jezus ook daarvoor is gestorven, is het meest moeilijke dat er is. Toch is dat ook waarvoor Jezus is gestorven. Hij heeft al jouw overtredingen aan het kruis genageld. Alle aanklachten zijn verscheurd op het moment dat Jezus stierf. Aan jou de taak om die aanklachten aan jezelf ook te verscheuren. Dat brengt pas echte rust.






