Eerdere weken…

Week 27 – 3 t/m 9 juli 2017

Handelingen 1:1-14

Vers 3:

  • Hoe heeft Jezus aan jou bewezen dat Hij leeft?
  • Wanneer was de laatste keer dat je voelde/besefte dat Jezus in jou leeft? In welke situatie was dat?
  • Hoe zou je deze ervaring(en) met anderen kunnen delen?

Vers 8:

  • Waar wil/kun jij getuige zijn?
    > Bid dat de Heilige Geest je kracht geeft om te getuigen.

Vers 14:

  • Waar zou jij vurig en eensgezind (NBV) voor willen bidden?
  • Neem dit mee als gebedspunt naar Reconnect-thuis, vraag na de dienst of mensen met je mee willen bidden, geef het door voor de gebedslijst of doe het op een andere persoonlijke manier.

Handelingen 1:15-26

Vers 16, 20:

  • In beide verzen wordt teruggegrepen naar het oude testament. God wist al wat er ging gebeuren. Wat betekent dat voor jou en jouw leven?
  • Vertel dit aan God; spreek je dankbaarheid en je vragen uit.

Vers 24:

  • Wat vind je van dit gebed? Wat zegt het over de discipelen en wat zegt het over God?
  • (Hoe) vraag jij God om leiding bij keuzes in je leven?
  • Voor welke taak heeft God jou uitgekozen, welke talenten heeft God jou gegeven?

Handelingen 2:1-13

Vers 1-4:

  • Wat zeggen deze verzen over de Heilige Geest?
  • Wat betekent dat voor jou persoonlijk?
  • (Hoe) ervaar jij dat de Heilige Geest werkt in jouw leven?
  • Spreek dit uit en spreek ook evt. verlangens naar Hem uit.

Vers 12, 13:

  • Wat vind je van de reactie van de mensen?
  • Hoe reageren mensen op jou als je verteld dat je Christen bent of iets deelt over je geloof?
    Hoe ga je daar mee om?
  • Vraag God om wijsheid in zulke gesprekken.

Handelingen 2:14-28

Vers 14: (NBV)
‘luister naar mijn woorden en neem ze ter harte’.

  • Wat betekent dit? Maak je keuzes in wat je ter harte neemt? Wat is het laatste wat je hebt gehoord en ter harte hebt genomen? Wat voor invloed heeft dit op jou?
  • Deel dit met God en vraag of Hij je wil helpen om de goede dingen (Gods waarheid) ter harte te nemen.

Vers 24 -28:

  • Wat zegt dit over wie God is en wie Jezus is?
  • Wat betekent dit voor jouw persoonlijk?
  • Vertel dit aan God

Handelingen 2:29-48

Vers 35:

  • Wat betekent deze tekst? Wat zegt dit over God en over de duivel?
  • Als Jezus in je woont, wat betekend deze tekst dan voor jou?
  • De duivel is verslagen en heeft niets meer over ons te zeggen, al probeert hij wel te doen alsof. Hij wordt niet voor niets ‘de vader van de leugen’ genoemd.
    Vraag God om je te helpen de waarheid te blijven zien en te volgen.

Vers 42 -47: De eerste gemeente ontstaat.

  • Wat vind jij van de manier waarop de eerste gemeente met elkaar samenleefde?
  • Op welke manier ben jij onderdeel van de gemeente (het lichaam van Jezus)?

Vraag God om je te helpen bij de dingen die je mag doen in de gemeente en spreek evt. verlangens uit.

Week 28 – 10 t/m 16 juli 2017

Handelingen 3:1-10

Vers 6:
De verlamde man vroeg om geld, maar ontving een andere vorm van rijkdom: genezing

  • Heeft God jouw gebed wel eens op een andere manier verhoord dan je had verwacht? Wat voor invloed had dit op je leven?
  • Welke ‘rijkdommen’ heb jij van God ontvangen?
  • Wat heeft God jou gegeven om in te zetten voor anderen (gaven, talenten, zegeningen)? Hoe zet je dit in?

Vers 8,9:

  • Wat vind je van de reactie van de genezen man?
  • Hoe reageer jij op dingen die God doet in je leven? Hoe zou je willen reageren? Zit daar verschil tussen?
  • Dank God voor de dingen die Hij in je leven heeft gedaan en spreek je verlangens naar Hem uit.

Handelingen 3:11-26

Vers 16:

  • Wat zegt dit over de macht van Jezus?
  • Herken je/ Geloof je in de macht van Jezus in jouw leven?
  • In welke aspecten van je leven zou je verandering willen zien in de naam van Jezus? Wat zou je in geloof willen vragen of uitspreken?
  • Breng dit in gebed.

Vers 17:

  • Hoe ga jij om met mensen die uit onwetendheid reageren? Hoe zou Jezus omgaan met die onwetendheid?
  • Wat is de reactie van Petrus op de onwetendheid? Wat kun je daar van leren en hoe kun je dit toepassen in je gesprekken met mensen in je omgeving?

Vers 26:

  • Wat betekent deze tekst voor jou persoonlijk?

Hoe is dit zichtbaar in jouw leven?

Handelingen 4:1-22

Vers 13:
Het was zichtbaar dat Petrus en Johannes niet uit eigen kracht werkten.

  • Op welke momenten in je leven heb je ervaren dat God aan het werk was door jou heen?
  • Wat was de reactie van mensen die dit zagen?
  • Wat deed het voor jou persoonlijk?

Vers 19, 20:

  • Wat vind je van de reactie van Petrus en Johannes?
  • Hoe sta je hier zelf in?

Waarin zou jij meer naar God willen luisteren? Spreek dit naar Hem uit.

Handelingen 4:23-31

Vers 24-30:

  • Wat kun je leren van de reactie van de leerlingen?
  • Wat kun je leren van het gebed van de leerlingen?
  • Hoe kun je beide dingen toepassen in je eigen leven?

Vers 31:

Een indrukwekkend antwoord van God op gebed.

  • Wat zegt dit vers over wie God is voor jou persoonlijk.
  • Wanneer was jij onder de indruk van Gods reactie op Gebed.
  • Spreek dit naar God uit: Dank God voor de gebeden die Hij heeft verhoord en dank God voor wie Hij is voor jou persoonlijk.

Handelingen 4:32-37

Vers 32 – 35:

  • Wat vind je van de manier waarop deze mensen met elkaar leefden?
  • Wat kun je hiervan leren?
  • Wat zie je hiervan in je eigen leven en omgeving?

Wat zou je graag willen veranderen? Spreek dit verlangen naar God uit en naar anderen als je hart dit ingeeft

Week 29 – 17 t/m 23 juli 2017

Handelingen 5:1-11

Vers 4: Niet de mensen heb je bedrogen maar God zelf. Vers 9: Hoe heb je durven besluiten om de Geest van de Heer te trotseren.

  • Wat zegt deze geschiedenis over de Heiligheid van God?
  • Op wat voor manier sta jij stil bij de Heiligheid van God?
  • Voor God kunnen we niets verbergen. Wat betekent dit voor jou persoonlijk? Geeft dit veiligheid of juist niet? Hoe komt dit?
  • Neem de tijd om echt te zijn bij God; stort je hart uit, vertel Hem alles wat je bezig houdt. (je happy en je crappy).

Handelingen 5:12-25

Vers 17:

  • Ervaar je weerstand van mensen om je heen als ze horen of zien wat God in je leven doet? (Op wat voor manier?)
  • Ervaar je weerstand in de vorm van Geestelijke strijd in je leven?
  • Hoe ga je hiermee om?

Vers 19 -21:

  • Op wat voor manier heb jij meegemaakt dat God ingreep als je weerstand ervoer?
  • Wat voor invloed had dit op je gevoel en gedrag?
  • Hoe kun je hier van getuigen?

Handelingen 5:26-42

Vers 38, 39:

  • Wat betekent deze tekst voor jou persoonlijk?
  • Hoe betrek je God bij de dingen die je doet?
  • Hoe zorg je dat je dingen doet vanuit Gods kracht en niet vanuit eigen kracht?

Vers 41, 42:

  • Hoe ga jij om met afwijzing, vernedering etc. vanwege je geloof?
  • Wat kun je leren en voor jezelf toepassen vanuit deze twee teksten?

Handelingen 6:1-7

Vers 1-5

  • Hoe word gereageerd op de ontevredenheid die wordt beschreven in vers1?
  • Welke verdeling word er gemaakt in rollen/taken?
  • Wat is de voorwaarde voor het invullen van deze rol/taak?
  • Wat kun je hier voor jezelf uit halen als les?

Handelingen 6:8-15

Vers 8-15:

  • Wat zegt deze geschiedenis over de strijd die we hebben te voeren?

Vers 10:

  • Wat zegt dit over de kracht van God in Stefanus?
  • Wat zegt dit over de kracht van God in jou?

Vers 11-14:

  • Wat gebeurt hier precies als je bedenkt dat satan ‘de vader van de leugen’ word genoemd?
  • Hoe ga jij om met onrecht zoals hier wordt beschreven?

Hoe betrek je God in onrecht, strijd in je leven?

Week 30 – 24 t/m 30 juli 2017

Handelingen 7:1-34

Vers 1:

  • Op wat voor manier spreekt Stefanus de mensen aan?

Vers 1-34:

  • Waarom denk je dat Stefanus een soort samenvatting geeft van het oude testament?
  • Welk thema is te herkennen in het verhaal van Stefanus?
  • Wat kun jij er voor jou persoonlijk uit halen?

 

Handelingen 7:35-53

Vers 35-40

  • Welke vergelijkingen met Jezus kun je herkennen?
  • Herken je de afwijzing van Jezus in de wereld om je heen?
  • Hoe denk je dat Jezus wil dat we daar mee omgaan?

Vers 35-53.

  • Mensen zijn ontrouw, maar God blijft altijd trouw. Herken je dat in je eigen leven?
  • Hoe ga jij om met Gods trouw?

Handelingen 7:54 – Handelingen 8:3

Vers 60:

Jezus sprak vergelijkbare woorden aan het kruis.

  • Hoe kunnen wij leren om in liefde en genade naar mensen te kijken die ons iets aan doen?
  • Vraag God om je hierin te helpen.

Vers 1, 3:

Wereldwijd worden christenen hevig vervolgt.

  • Op wat voor manier sta jij stil bij de vervolgde christenen?
  • Neem de tijd om in gebed te gaan voor de vervolgde christenen wereldwijd.

Handelingen 8:4-25

Vers 4-8:

  • Wat is de reactie op de vervolging uit het vorige gedeelte?
  • Er ontstaat vreugde door overwinningen. Hoe vier jij de overwinningen die God geeft?

Vers 9-24:

  • Welke lessen kun je trekken uit het leven van Simon en de reactie van Petrus?
  • Genade en 2e kansen staan centraal. Hoe ervaar jij Gods genade in je leven? Hoe ga je om met die genade?

Petrus en Johannes gingen naar de Samaritanen om daar het evangelie te brengen. De Samaritanen waren in die tijd een soort van aartsvijanden van de Joden.

  • Op wat voor manier kun jij de liefde van Jezus laten zien aan je ‘vijanden’ (mensen die je niet goed behandelen, etc.)

Handelingen 8:26-40

Vers 26-29:

God heeft de Ethiopiër op het oog en leidt Filippus naar hem toe. Een bijzonder ontmoeting geleid door God.

  • Welke bijzondere ontmoetingen herken jij in je leven?
  • Hoe ervaar jij dat God je op het oog heeft?
  • Hoe gebruikt God jou om anderen te bemoedigen en te zegenen?

Vers 35:

Hoe zou jij het evangelie uitleggen vanuit vers 32 en 33?

Week 31 – 31 juli t/m 6 augustus 2017

Handelingen 9:1-21

Vers 5,6:

  • Hoe herken jij de stem van Jezus?
  • Welke opdracht heb jij van Jezus gekregen?
  • Als je worstelt met deze vragen, leg ze bij Jezus neer. Jezus herkent jouw stem altijd en wil je helpen om de Zijne te verstaan.

Vers 1-2, 18-20

God verandert mensen!

  • Hoe heeft God jou veranderd?
  • Hoe kun je hier van getuigen naar de mensen om je heen?

Handelingen 9:22-43

Vers 22, 23, 28,29

Het is hier duidelijk zichtbaar dat de duisternis het licht niet kan verdragen.

  • Hoe ga jij om met de haat van de wereld die gericht is op Jezus? Hoe zou Jezus willen dat je hiermee omgaat?
  • Saulus verkondigde het evangelie en ervoer strijd. Bid voor de voorgangers en evangelisten dat ze gesterkt mogen worden in de strijd.

Vers 31:

  • Welke zegen zie jij in de gemeente of bij de christenen met wie je omgaat?
  • Dank God voor de zegen die je ziet en ervaart en spreek je evt. verlangens uit voor de gemeente.

Handelingen 10:1-16

Vers 1-16:

  • Op wat voor manier spreekt God in deze geschiedenis tot de centurio en tot Petrus?
  • Op wat voor manier spreekt God door deze geschiedenis tot jou?
  • Vraag wat God vandaag tegen jou wil zeggen.

Vers 15:

  • Wat kun je leren van deze tekst?
  • Soms gebruikt God in onze ogen misschien ongeschikte mensen of omstandigheden om Zijn wil te laten zien. Waarin herken je dit? Hoe ga je er mee om, wat doe je hier mee?

Handelingen 10:17-33

Vers 17-32:

God brengt mensen bij elkaar, elk met hun eigen verhaal.

  • Welke verhalen zou jij kunnen delen over hoe God spreekt in jouw leven en welke verhalen heb je hierover van anderen gehoord?
  • Neem eens de tijd om te praten en te luisteren naar verhalen over hoe God spreekt in levens? Bijvoorbeeld na de dienst, bij Re:connect thuis of nodig iemand uit.

Vers 33:
Cornelius en zijn familie wil met een open hart luisteren naar wat Petrus te zeggen heeft. Hij is klaar om te ontvangen.

  • Met wat voor hartgesteldheid luister jij naar preken, lees je de Bijbel of.. vul zelf maar in?
  • Op wat voor manier ontvang je wat God tegen je wil zeggen? Wat doe je ermee?

Handelingen 10:34-48

Vers 34, 35:

  • Hoe kun jij vanuit deze verzen de handen en voeten zijn van Jezus?

Vers 39-43:

  • Op wat voor manier kun jij getuige zijn van Jezus heeft gedaan in jouw leven?

Vraag God of Hij je wil helpen om getuige te zijn en je te laten leiden door de Heilige Geest.

Week 32 – 7 t/m 13 augustus 2017

Handelingen 11:1-18

Vers 1-5, 17,18:

Petrus, en nu ook de joodse gelovigen kregen nieuwe inzichten doordat God tot hem sprak.

  • Welke nieuwe inzichten heb jij gekregen sinds je het boek Handelingen leest?
  • Voor welke nieuwe inzichten ben je het meeste dankbaar en waarom? Spreek dit uit naar God.
  • Welke van de nieuwe inzichten zou je kunnen gebruiken om mensen om je heen te bemoedigen?
  • Hoe kun je de nieuwe inzichten toepassen in je leven?
  • In welke dingen zou je nog inzicht willen krijgen? Ga hierover met mede christenen in gesprek om van elkaar te kunnen leren.

Handelingen 11:19-30

Vers 21:

  • Op wat voor manier merk je dat God jou steunt in het werk wat je voor God mag doen (thuis, op je werk, in de kerk, in je vriendenkring)?

Vers 23:

  • Hoe zie jij dat God aan het werk is in de gemeente, in je omgeving met christenen?

Vers 29:

  • Op wat voor manieren kunnen christenen elkaar ondersteunen? (praktisch, geestelijk).
  • Hoe word jij gezegend door andere christenen?
  • Hoe kun jij andere christenen zegenen?

Handelingen 12:1-10

Vers 5:

  • Hoe reageer jij als je verdrukking ziet of er van hoort?
  • Voor welke mensen zou jij vol vuur willen bidden? Breng dit in de praktijk.

Vers 7-10:

  • Op wat voor manier heeft God jou uit situaties gehaald waar je niet in wilde zitten? (misschien wel uit je eigen gebouwde gevangenis?)
  • Wat heeft dat gedaan voor je geloofsleven?

Handelingen 12:11-17

Vers 11:

  • Petrus hoopte dat hij gered zou worden. (misschien kon hij daarom wel gewoon slapen, vers 6). Waar heb jij hoop voor? Spreek dit uit naar God.

Vers 15, 16:

  • Herken je de reactie van degene die aan het bidden waren? Hoe komt het denk je dat we soms bidden en verbaast zijn dat God verhoort?
  • Hoe leren we God meer te vertrouwen?
  • Spreek uit naar God waar je Hem meer in wilt vertrouwen en vraag God om je daarbij te helpen.

Handelingen 12:18-25

Vers 18:

  • In deze tijd worden we vaak opgeschut in negatieve zin. Hoe zou je mensen in positieve zin kunnen ‘wakker schudden’.

Vers 22,23:

Ook in deze tijd zijn er mensen, maar ook dingen die als God worden aanbeden.

  • Hoe denk je dat God hier nu naar kijkt?
  • Welke mensen of dingen hebben bij jou het risico om boven God te komen staan?
  • Hoe kun je dit voorkomen?
  • Praat hierover met God; belijdt en vraag Hem om hulp.

Geef God de eer; dank, prijs, aanbid Hem.

Week 33 – 14 t/m 20 augustus 2017

Handelingen 13:1-12

Vers 2,3:

  • Zet een moment apart om God te aanbidden, als je wilt in combinatie met vasten.
  • Wat zegt de Heilige Geest tegen jou?
  • Wil God jou ergens voor inzetten waar je tot nu toe nog niet aan gedacht hebt?
  • Voor wie kun je bidden die een bediening/taak heeft in Gods koninkrijk?
  • Neem de tijd om hierover met God in gesprek te gaan.

Handelingen 13:13-33

Vers 9,10:

  • Hoe ga je om met mensen die leugens verspreiden over jou?
  • Hoe ga je om met mensen die leugens verspreiden over God?
  • Hoe zou Jezus reageren op bovenstaande vragen?
  • Vraag God om onderscheidingsvermogen tussen leugen en waarheid en vraag wijsheid om hier mee om te gaan.

Vers 27:

  • Hoe kun je zorgen dat Jezus en Zijn werk word herkend/erkend?
  • Kunnen mensen Jezus herkennen in jou?
  • Wat kun je doen om Jezus meer zichtbaar te maken in jouw omgeving?

Vers 31:

  • Wat kun jij doen om dicht bij Jezus te blijven zodat je van Hem kunt getuigen?
  • Deel dit met God en vraag Hem of Hij je wil helpen om dit in de praktijk te brengen.

Handelingen 13:34-52

Vers 38,39:

  • Op welke manier sta jij stil dat je door Jezus vergeving hebt ontvangen van zonden?
  • Wat betekent die vergeving voor jou persoonlijk? Vertel dit aan God

Vers 45:

  • Deze mensen werden in negatieve zin jaloers. Hoe zou je mensen in positieve zin jaloers kunnen maken?
  • Wat denk je dat daar de gevolgen van kunnen zijn?

Handelingen 14:1-15

Vers 9:

  • Waarin verlang jij naar genezing voor jezelf? (Geestelijk, lichamelijk)?
  • Waarin verlang jij naar genezing voor een ander? (Geestelijk, lichamelijk)?
  • Spreek dit uit naar God en vraag Hem of Hij hierin tot je wil spreken.

Vers 11,12,13:

  • Hoe reageer je op mensen wanneer ze je leven als Christen niet begrijpen?
  • Op wat voor manier kun je God hierbij betrekken?
  • Wie of wat zet jij wel op eens op een voetstuk? Waarom?
  • Wat kun je praktisch doen om God op nummer 1 te hebben en te houden?

Handelingen 14:15-28

Vers 17:

  • Welke grote zegeningen heb je van God gekregen in je leven?
  • Welke zegeningen heb je ontvangen in de afgelopen maand?
  • Welke zegeningen heb je in de afgelopen 24 uur van God gekregen?
  • Neem de tijd om God te danken voor zijn zegeningen.

Vers 22:

  • Op welke manier ben jij in de afgelopen periode bemoedigd?
  • Wat doet een bemoediging met je geloofsleven?
  • Wat doet het met je geloofsleven als je iemand anders bemoedigd?

Neem de tijd om aan God te vragen wie jij deze week mag bemoedigen.

Week 34 – 21 t/m 27 augustus 2017

Handelingen 15:1-21

Vers 1,2:

  • Hoe ga jij om met meningsverschillen binnen de kerk(en)?
  • Hoe ga je om met veroordelingen van medechristenen?
  • Hoe zou Jezus hiermee omgaan? Wat kun je van Jezus leren?

Vers 10:

  • Laat jij je weleens een juk op leggen of leg je anderen wel eens een juk op?
  • Hoe kun je jezelf of een ander die een juk (die niet van Jezus is) draagt helpen om vrij te komen van dat juk?

Handelingen 15:22-35

Vers 31:

  • Wat heeft jou onlangs bemoedigd?
  • Hoe kwam het dat je bemoedigd was?
  • Op wat voor manier heeft de bemoediging voor verandering gezorgd in je situatie, gevoel of denken, etc.?
  • Kun je deze bemoediging gebruiken om iemand anders te bemoedigen?
  • Vraag God wie jij deze week mag bemoedigen. Als je zelf behoefte hebt aan bemoediging, spreek dit dan ook uit naar God.

Vers 33:

  • Wie kun jij vrede toebidden? Breng het in de praktijk.

Handelingen 15:36 – Handelingen 16:10

Vers 36:

  • Op wat voor manier kun je positief betrokken zijn bij het geloofsleven van anderen?
  • Op wat voor manier kunnen mensen in jouw geloofsleven spreken zodat je opgebouwd mag worden. Deel dit met God en met mensen.

Vers 9:

  • Welke hulpvragen zie jij om je heen?
  • Met welke hulpvragen zou jij iets kunnen doen?
  • Vraag God of Hij je wilt laten zien op welke manier jij iemand kunt helpen.

Handelingen 16:11-25

Vers 18:

  • Op wat voor manier ben jij ‘lastig gevallen’ door invloeden van de duivel?
  • Hoe ga je daarmee om?
  • Wat kun je leren van de reactie van Paulus?
  • Zijn er nog invloeden van de duivel in je leven die je in de naam van Jezus de deur moet wijzen?
  • Neem de tijd om de invloed die de duivel op je leven heeft in de naam van Jezus weg te sturen. Vraag evt. iemand om met je mee te bidden of voor je te bidden.

Vers 23-25:

  • Wat kun je leren van vers 25?
  • Hoe kun je dit in de praktijk brengen?
  • Wat zijn de gevolgen voor je kijk op je omstandigheden en je relatie met God?

Handelingen 16:26-40

Vers 26-32:

  • Wat doe jij met je vrijheid?
  • Wat kun je leren van de reactie van Paulus en Silas op hun vrijheid?
  • Op wat voor manier zou jij je vrijheid nog beter kunnen benutten?

Vers 38:

  • Op wat voor manier kunnen mensen jou herkennen als burger van Gods Koninkrijk?

Hoe zou jij kunnen zorgen dat mensen meer onder de indruk zijn van Gods Koninkrijk en ook een burger daarvan willen worden?

Week 35 – 28 augustus t/m 3 september 2017

Handelingen 17:1-15

Vers 6,7:

In deze tijd worden veel dingen en mensen tot ‘koning’ gemaakt. (Dan bedoel ik niet het koningshuis). Mensen en dingen die als god worden gezien.

  • Hoe ga jij als christen om met de ‘koningen’ van deze wereld?
  • Hoe laat je zien dat Jezus jouw Koning is?
  • Hoe ga jij met mensen om die je niet begrijpen?
  • Hoe zou Jezus hiermee omgaan en wat kun je van Hem leren?

Vers 11:

  • Hoe maak jij het onderscheid tussen waarheid en leugen?
  • Wat kun je leren van vers 11?
  • Hoe kun je dit (nog meer) toepassen in je leven?

Handelingen 17:16-25

Vers 21:

  • Welke gespreksonderwerpen hoor jij vaak terug komen in gespreken?
  • Welke gespreksonderwerpen snijd jij vaak aan in gesprekken die je hebt?
  • Hoe zou je Jezus bij de gespreksonderwerpen kunnen betrekken?

Vers 22-25:

  • Wat kun je leren van deze verzen als het gaat om gesprekken voeren met mensen?
  • Hoe maak jij verbinding met mensen?
  • Hoe zou je die verbinding kunnen gebruiken om te vertellen wie Jezus is?
  • Neem de tijd om je met God te verbinden en vraag Hem of Hij je wil helpen om verbinding te maken met mensen om Zijn boodschap bekend te maken.

Handelingen 17:25-34

Vers 27:

  • Op wat voor manier merk jij dat God dichtbij is?
  • Hoe ga je om met situaties waarin God ver weg lijkt te zijn?
  • Welke bemoediging kun je voor jezelf of voor iemand anders, uit deze tekst halen? Spreek dit uit.

Vers 28:

  • Wat betekent deze tekst voor jou persoonlijk?
  • Op wat voor manier is dit vers zichtbaar in jouw leven?
  • Op wat voor manier kun je deze tekst (nog meer) praktisch toepassen in je leven?

Handelingen 18:1-17

Vers 6:

  • Hoe ga jij om met weerstand en spot van mensen?
  • Wat kun je leren van de reactie van Paulus?

Vers 9,10:

  • Mensen over Jezus vertellen kan soms best spannend zijn, omdat je niet altijd weet hoe mensen zullen reageren. Hoe ga jij hiermee om?
  • Op wat voor manier ervaar jij Gods bescherming?
  • Welke les kun je er voor jezelf uithalen als je vers 6 en vers 9,10 naast elkaar legt?
  • Bid God om wijsheid en inzicht om onderscheid te kunnen maken in welke situaties je het stof van je kleren mag afschudden en wanneer God wil dat je blijft spreken.

Handelingen 18:18-28

Vers 20,21:

  • Hoe ga je om met verzoeken van mensen?
  • Wat doe je als God je ergens voor roept?
  • Hoe ga jij om met verzoeken van mensen die niet matchen met hetgene wat God van je vraagt?
  • Bespreek dit met God en vraag Hem om wijsheid.

Vers 24-28:

  • Hoe ga je om met de kennis en ervaring die je hebt van je leven met God?
  • Hoe ga je om met nieuwe kennis en ervaring over het leven met God?
  • Op wat voor manier kun je tot steun zijn voor andere christenen?
  • Hoe hou je daarin je afhankelijkheid van God?
  • Wat zijn de gevolgen van in afhankelijkheid van God leven?

Dank God voor de kennis en ervaring die je van Hem hebt gekregen en spreek uit wat je nog zou willen leren.

Week 36 – 4 t/m 10 september 2017

Handelingen 19:1-20

Vers 11,12:

  • Welke dingen heb jij door Gods toedoen mogen doen?
  • Wat zeggen deze verzen jou over de kracht van God?
  • Op wat voor manier ervaar jij de kracht van God in jouw leven?
  • Waar zou je je nog naar willen uitstrekken?
  • Deel dit met God en vraag hem wat jij hierin mag ontvangen.

Vers 13-15:

Deze mannen handelden niet uit naam en autoriteit van Jezus.

  • Hoe kun je onderscheiden wat van God is en wat niet? (neem vers 16 hier ook in mee).

Vers 17:

  • Op welke manier vier jij de overwinning van God in jou leven en in de levens van de mensen om je heen?
  • Wat kun je leren van vers 17?

Handelingen 19:21-34

Vers 23-27:

  • Hoe ga jij om met de invloeden van mensen met aanzien en social media, etc.
  • Op welke manier kan dit je gedachten beïnvloeden?
  • Hoe kun je ervoor zorgen dat je niet beïnvloed wordt?

Vers 32:

  • Welke dingen kunnen jou in verwarring brengen? Hoe komt dit?
  • Hoe ga je met die verwarring om?
  • Hoe kun je zorgen dat je je focus houdt op de waarheid?

Handelingen 19:35-20:6

Vers 35-40:

Deze dwaalleer lijkt heel redelijk. De duivel kan ook leugens in je leven spreken die in eerste instantie redelijk lijken, maar je uiteindelijk bij God vandaan houden.

  • Welke leugens herken je die de wereld heeft aangenomen als waarheid, maar eigenlijk bedrog zijn en mensen weg houden van God?
  • Welke leugens in je leven herken je die in eerste instantie redelijk klonken, maar geen waarheid bleken te zijn?
  • Hoe ga je om met de leugens van de wereld en van je eigen leven?

Vers 1:

  • Wat is de reactie van Paulus op het tumult uit de vorige verzen?
  • Wat kun je daarvan leren?
  • Hoe kun je dit praktisch toepassen in relatie met de vragen van vers 35-40?

Handelingen 20:7-17

Vers 10:

  • In welke situatie in jouw leven heb jij wel eens de hoop opgegeven op verbetering/verandering?
  • Wat was de oorzaak dat je de hoop opgaf?
  • Hoe zou je nieuwe hoop en verwachting kunnen krijgen?
  • Hoe breng je dit in de praktijk?

Vers 11,12:

Als je de reactie van Paulus leest op vers 10 dan lijkt het of Paulus het de normaalste zaak van de wereld vindt dat er een enorm wonder gebeurd.

  • Hoe reageer jij op wonderen van God?
  • Hoe is jouw verwachting naar God als het gaat om wonderen?
  • Spreek je verwachting en verlangens uit naar God en dank Hem hiervoor.

Handelingen 20:18-38

Vers 22,23:

  • Op welke manier voel jij je geleid door de Heilige Geest?
  • Welke weerstand heb jij meegemaakt in het volgen van Jezus?
  • Hoe laat jij je leiden door de Heilige Geest als je weerstand ervaart?

Vers 36:

  • Welke gebedspunten heb jij op je hart als het gaat om leiders in de kerk, zendelingen, etc?

Bid voor de leiders in de kerk, de zendelingen, mensen werkzaam in missies, etc. Bid voor de vervolgde Christen wereldwijd.

Week 37 – 11 t/m 17 september

Handelingen 21:1-14

Vers 5:

  • Wat is de rol van gebed in jouw leven?
  • Hoe zou je jezelf en anderen kunnen aansporen om met elkaar in gebed te gaan?
  • Welke gebedsonderwerpen heb jij op je hart om in een groep voor te bidden?
  • Breng dit in de praktijk.

Vers 13:

  • Welke rol speelt Jezus in jouw leven?
  • Wat vind je van het antwoord van Paulus? Hoe sta je hier zelf in?
  • Neem de tijd om Jezus te vertellen wie Hij voor jou is.

Handelingen 21:15-26

Vers 21:

  • Hoe reageer jij als er over je wordt geroddeld of als er leugens over je worden verspreid?
  • Hoe zou Jezus willen dat je daarop reageert? Zit daar verschil tussen? Waarom wel/niet?
  • Neem de tijd om te bidden voor degenen die jou onrecht aandoen of hebben gedaan. Vraag God om hulp om hier op Zijn manier mee om te gaan.

Vers 23-26:

  • Hoe reageer jij als jou hulp wordt aangeboden?
  • Wat kun je leren van Paulus?
  • Hoe zou jij anderen hulp kunnen bieden (bijvoorbeeld hulp om mensen in hun eer te herstellen)?

Handelingen 21:27-40

Vers 36:

Jezus was vaak niet welkom, Paulus was niet welkom en Jezus in ons is vaak ook niet welkom.

  • Hoe reageer jij als je merkt dat mensen Jezus afwijzen?
  • Hoe reageer je als jijzelf wordt afgewezen?
  • Zit er verschil tussen het antwoord van de eerste en de tweede vraag? Waarom wel/niet?
  • Wat betekent het voor jou dat God jou nooit afwijst?

Vers 39,40:

  • Hoe zou jij reageren als je in de plaats van Paulus stond?
  • Wat vind je van de reactie van Paulus?
  • Wat kun je van Paulus leren?
  • Op welke manier kun je dit toepassen in je eigen leven?

Handelingen 22:1-13

Vers 2:

  • In de kerk kunnen we zo onze eigen taal hebben. Op welke manier pas jij je taal aan zodat niet-christenen je kunnen begrijpen als je praat over het geloof?

Vers 11:

  • Veel mensen zijn blind voor de waarheid. Hoe kun jij mensen de weg wijzen naar de waarheid?
  • Hoe zou jij mensen die aan het begin van hun reis met God staan kunnen helpen om meer van Gods waarheid te zien?
  • Als je zelf aan het begin van de reis met God staat, vraag God en mensen om je te helpen dichter bij Hem te komen.

Vers 13:

  • Wat vind je van de reactie van Ananias op Saulus? (bedenk daarbij dat Saulus Christenen zwaar vervolgde en dat Ananias een Christen was)
  • Wat kun je daar van leren?
  • God had ook tot Ananias gesproken, zoals we eerder in het boek Handelingen hebben gelezen. Vraag of God ook jou wil helpen om je vijanden in liefde te benaderen.

Handelingen 22:14-29

Vers 14,15,19,20:

Paulus was schuldig aan vervolging en moord en toch koos God Hem uit om het evangelie breed te verkondigen.

  • Wat betekend dit voor jou persoonlijk?
  • Voel jij je wel een ‘onwaardig’ om iets te doen voor God? Hoe denk je dat God hier naar kijkt?

Vers 22:

  • Hoe ga jij om met de hardheid en de veroordeling van de maatschappij waarin we leven?
  • Hoe kun je voorkomen dat jouw hart niet verhard en dat jij mensen veroordeelt?

Dank God dat Hij ons onvoorwaardelijk lief heeft! Vraag of God je wil helpen om Jezus te reflecteren ook op de plekken waar hardheid en veroordeling is.

Week 38 – 18 t/m 24 september

Handelingen 22:30 – 23:11

Vers1:

  • Op wat voor manier mag jij je leven in dienst van God stellen?
  • Hoe kun je ervoor zorgen dat je een zuiver geweten hebt/houdt?
  • Op wat voor manier betrek je God in het hebben van een zuiver geweten?

Vers 9:

  • Hoe ga jij om met verschillen van inzichten binnen de kerk(en)?
  • Op wat voor manier toets je de argumenten van mensen?
  • Op welke manier vorm jij je eigen mening?
  • Hoe betrek je God bij bovenstaande vragen?

Handelingen 23:12-22

Vers 12,15:

  • Waarom denk je dat er zo’n haat was naar Paulus?
  • Op welke manier zie je die haat in de wereld om je heen?
  • Waar denk je dat die haat vandaan komt?

Zoals de mannen uit dit tekstgedeelte niets liever wilden dan dood aan Paulus, zo is de duivel er voortdurend op uit ‘om te roven, te slachten en te vernietigen’ (Joh 10:10).

  • Op welke manier herken je dit in je eigen leven?
  • Hoe ga je hier mee om en op welke manier betrek je God hierin?
  • Bespreek met God op welke manier jij strijd ervaart en vraag Hem hoe jij hiermee om mag gaan. Dank Hem dat Hij in je woont en dat Hij (in jou) sterker is dan de duivel. (1joh4:4).

Handelingen 23:23-35

Vers 29:

De wet van de Romeinen was anders als die van de Joden. De Farizeeën en Schriftgeleerden legden de Joden ook wel zelfbedachte wetten op.

  • Welke ‘wetten’ worden jou weleens opgelegd door anderen?
  • Welke ‘wetten’ leg jij jezelf weleens op?
  • Waarom denk je dat die zelfbedachte wetten worden bedacht?
  • Hoe denk je dat God naar die zelfbedachte wetten kijkt?
  • Op welke manier kun je voorkomen dat je jezelf en anderen geen zelfgemaakte wetten oplegt?
  • Hoe kun je vanuit Gods perspectief het beste omgaan met mensen die jou hun eigen gemaakte wetten opleggen?
  • Neem de tijd om dit allemaal met God te bespreken en vraag Hem om hulp en wijsheid.

Handelingen 24:1-9

Vers 5:

  • Wat vind je van de beschuldiging in vers 5?
  • Waarom denk je dat Paulus op die manier werd beschuldigd?

Paulus had impact en wordt vergeleken met een besmettelijke ziekte.

  • Op welke manier kun jij meer impact hebben en mensen ‘besmetten’ met een leven met Jezus?

Vers 5- 9:

In een groep gelijkgestemden kan een gemeenschappelijke mening makkelijk als feit en referentiekader worden gebruikt om over anderen te oordelen.

  • Op welke manier herken jij dit in je omgeving?
  • Wat voor impact heeft dit op jouw denken en handelen?
  • Op welke manier zou je God meer in deze situaties kunne betrekken?
  • Neem de tijd om na te gaan welke referentiekaders in jouw leven een negatieve invloed hebben op jouw leven met God en met mensen. Vraag God of Hij je hiervoor de ogen wil openen en je wil helpen om in Zijn waarheid te gaan staan.

Handelingen 24:10-27

Vers 11:

  • Op welke plekken kun jij God ontmoeten?
  • Op welke manier kun jij God aanbidden?
  • Hoe maak jij ruimte in je leven om God te aanbidden?
  • Wat heb jij er voor over om meer tijd vrij te maken voor aanbidding?
  • Bespreek dit met God.

Vers 14:

Ook in deze tijd zijn er weinig mensen die de Bijbel als (volledige) waarheid aannemen.

  • Hoe ga je hiermee om?
  • Verwoord voor jezelf wat jij gelooft.
  • Op welke manier kun je dit aan mensen vertellen die dit niet geloven?

Vers 18:

Hoe houd jij je geweten zuiver? Op welke manier betrek je God hierbij?

Week 39 – 25 september t/m 1 oktober

Handelingen 25:1-12

Vers 8:

  • Hoeveel waarde hecht je aan de Europese/Nederlandse wet?
  • Hoeveel waarde hecht je aan de leefregels die God geeft in de Bijbel?
  • Hoeveel waarde hecht je aan de grenzen die mensen aangeven?
  • Zit er verschil van antwoord in bovenstaande vragen? Waarom wel/niet?
  • Hoe denk je dat God wil dat we met bovenstaande vragen omgaan?

Vers 11:

  • Hoe ga jij om met beschuldigingen?
  • Wat kun je leren van de reactie van Paulus? Op welke manier kun je dit toepassen in je eigen leven?
  • Op wie zou jij je beroepen als je ten onrechte wordt beschuldigd?
  • Op welke manier betrek je God bij dit alles?

Handelingen 25:13-22

Vers 19:

  • Hoe ga jij om met geschilpunten tussen jou en andere christenen?
  • Waar gaan die geschilpunten over?
  • Hoe zou Jezus omgaan met de geschilpunten?
  • Op welke manier kun jij Jezus tastbaarder maken voor mensen om je heen?
  • Hoe kun je aan de mensen om je heen laten zien dat Jezus (in jou) leeft?

Vers 22:

  • Wat vind je van de reactie van Agrippa?
  • Hoe reageer jij als je beschuldigingen over anderen hoort van iemand?
  • Hoe kun je zorgen dat mensen nieuwsgierig worden naar wat jij hebt te vertellen over je geloof?

Handelingen 25:23-26:3

Vers 23:

Het lijkt erop dat Agrippa in vers 23 indruk wil maken.

  • Herken je dit in je omgeving?
  • Herken je dit bij jezelf?
  • Waarom denk je dat mensen het belangrijk vinden om indruk te maken?
  • Waar kun jij, zowel positief als negatief, het meeste van onder de indruk zijn? Waarom ben je daarvan onder de indruk?
  • Hoe kun je ervoor zorgen dat mensen op een positieve manier onder de indruk zijn van jouw leven als Christen?

Vers 1,2:

  • Wat vind jij van de reactie van Paulus? Wat kun je hiervan leren?
  • Hoe zou jij je geloof in Jezus bepleiten?

Handelingen 26:4-18

Vers 6-8:

  • Herken jij die vraag in vers 8? Hoe ga je ermee om als mensen niet geloven in de macht van God en de opstanding van Jezus?
  • Hoe kijken mensen in jouw omgeving naar God? Hoe ga je daar mee om?
  • Welke hoop haal jij uit de Bijbel?
  • Op wat voor manier is die hoop zichtbaar in jouw leven?

Vers 16-18:

  • Op welke manier heeft God zich aan jou laten zien?
  • Wat betekent dit voor je en voor de manier waarop je in het leven staat?
  • Op welke manier kun je hiervan getuigen?
  • In vers 17 en 18 doet God een geweldige belofte aan Paulus.
    Wat betekent deze belofte voor jou persoonlijk?

Handelingen 26:19-32

Vers 20:

  • Op welke manier kunnen mensen aan jouw manier van leven zien dat jij christen bent?
  • In welke situaties moet jij keuzes maken tussen de ‘wereldse’ manier van leven en het leven met Jezus?
  • Als er situaties zijn waarin jij het moeilijk vindt om voor het leven met Jezus te kiezen; breng dit bij God en vraag Hem om hulp.

Week 40 – 2 t/m 8 oktober

Handelingen 27:1-12

Ik weet niet hoe het bij jou is, maar de reis die in deze geschiedenis wordt beschreven heeft raakvlakken met de reis die ik met God heb; op nieuwe plekken komen, soms tegenwind, af en toe niet vooruit komen en toch aankomen in de Goede haven.

  • Welke raakvlakken herken jij vanuit je eigen leven?
  • Hoe zou jij je reis met God beschrijven?
  • Op welke manier kun je zien dat God jouw leven heeft geleid/leidt?

Vers 11:

  • Op welke manier maak jij belangrijke keuzes in je leven?
  • Op wie stel jij je vertrouwen als je belangrijke keuzes moet maken in het leven?
  • Wat zijn de gevolgen als je vertrouwen op God stelt?
  • Op welke manier is God jouw veiligheid?
  • Welke stormen herken jij in je eigen leven?
  • Hoe ga/ging je om met deze stormen?
  • Op welke manier(en) heb je ervaren dat God bij je was/is in die stormen?
  • Wat hebben de stromen gedaan met je geloofsleven? Hoe komt dit denk je?
  • Ben je weleens in een storm terecht gekomen omdat je niet naar God luisterde?
  • Hoe ben je uit die storm gekomen? Herken je Gods leiding daarin?

Handelingen 27:13-26

Vers 22-25:

  • Op welke manier zie jij Gods trouw in jouw leven? (In je happy en door je crappy).
  • Neem de tijd om God te danken voor wat Hij heeft gedaan in je leven; hoe hij je door stormen heen heeft geholpen, voor de trouw die Hij heeft laten zien.

Handelingen 27:27-44

Vers 34-36:

  • In welke situaties haalde jij moed uit het voorbeeld wat een ander gaf?
  • In welke situaties kon jij een voorbeeld zijn voor anderen en daarmee anderen bemoedigen?
  • Hoe word jij bemoedigd door het voorbeeld wat Jezus geeft?
  • Waarin volg jij het voorbeeld van Jezus? Op welke manier bemoedig je anderen daarmee?

Vers 38:

  • Welke dingen heb jij nog in je leven die je beter ‘overboord’ kunt gooien?
  • Wat zou het gevolg zijn als je die dingen ‘overboord’ gooit?
  • Neem de tijd om met God te delen welke dingen je in je leven je ‘overboord’ wil gooien en vraag Hem je daarbij te helpen.

Handelingen 28:1-16

Vers 1-10:

  • Wat vind jij van de wonderen die beschreven staan in deze geschiedenis?
  • Welke wonderen (groot of klein) herken jij in je eigen leven?
  • Op welke manier ervaar je dat God jouw beschermt?
  • Op welke manier ervaar je dat God door je heen werkt?
  • Wat betekent dit voor jouw persoonlijke relatie met God?

Vers 13-16: voorspoed en bemoediging.

  • Op welke manier herken je de voorspoed en bemoediging die God geeft in jouw leven?
  • Wat was jouw reactie op de voorspoed en bemoediging?
  • Op welke manier kun je God de eer geven van voorspoed in jouw leven?
  • Neem de tijd om God te danken voor de zegeningen in je leven.

Handelingen 28:17-31

Vers 22,23:

  • Op welke manier kun jij mensen nieuwsgierig maken naar jouw denkbeelden over het geloof?
  • Op welke manier houd jij rekening met tegenstand als je je geloof deelt?
  • Op welke manier leg jij uit wat je gelooft?
  • Wat kun je leren van de manier waarop Paulus het evangelie uitlegt? Hoe kun je dit voor jezelf toepassen?

Vers 31:

  • Hoe vind jij de vrijmoedigheid om te praten over je geloof?
  • Wat zijn de gevolgen als je vrijmoedig kunt praten over het geloof voor jezelf en voor anderen?
  • Neem de tijd om aan God te vragen met wie jij in de komende week over het geloof mag praten. Vraag Hem om wijsheid en vrijmoedigheid.