Week 34 – 21 t/m 27 augustus 2017

Handelingen 15:1-21

Vers 1,2:

  • Hoe ga jij om met meningsverschillen binnen de kerk(en)?
  • Hoe ga je om met veroordelingen van medechristenen?
  • Hoe zou Jezus hiermee omgaan? Wat kun je van Jezus leren?

Vers 10:

  • Laat jij je weleens een juk op leggen of leg je anderen wel eens een juk op?
  • Hoe kun je jezelf of een ander die een juk (die niet van Jezus is) draagt helpen om vrij te komen van dat juk?

Handelingen 15:22-35

Vers 31:

  • Wat heeft jou onlangs bemoedigd?
  • Hoe kwam het dat je bemoedigd was?
  • Op wat voor manier heeft de bemoediging voor verandering gezorgd in je situatie, gevoel of denken, etc.?
  • Kun je deze bemoediging gebruiken om iemand anders te bemoedigen?
  • Vraag God wie jij deze week mag bemoedigen. Als je zelf behoefte hebt aan bemoediging, spreek dit dan ook uit naar God.

Vers 33:

  • Wie kun jij vrede toebidden? Breng het in de praktijk.

Handelingen 15:36 – Handelingen 16:10

Vers 36:

  • Op wat voor manier kun je positief betrokken zijn bij het geloofsleven van anderen?
  • Op wat voor manier kunnen mensen in jouw geloofsleven spreken zodat je opgebouwd mag worden. Deel dit met God en met mensen.

Vers 9:

  • Welke hulpvragen zie jij om je heen?
  • Met welke hulpvragen zou jij iets kunnen doen?
  • Vraag God of Hij je wilt laten zien op welke manier jij iemand kunt helpen.

Handelingen 16:11-25

Vers 18:

  • Op wat voor manier ben jij ‘lastig gevallen’ door invloeden van de duivel?
  • Hoe ga je daarmee om?
  • Wat kun je leren van de reactie van Paulus?
  • Zijn er nog invloeden van de duivel in je leven die je in de naam van Jezus de deur moet wijzen?
  • Neem de tijd om de invloed die de duivel op je leven heeft in de naam van Jezus weg te sturen. Vraag evt. iemand om met je mee te bidden of voor je te bidden.

Vers 23-25:

  • Wat kun je leren van vers 25?
  • Hoe kun je dit in de praktijk brengen?
  • Wat zijn de gevolgen voor je kijk op je omstandigheden en je relatie met God?

Handelingen 16:26-40

Vers 26-32:

  • Wat doe jij met je vrijheid?
  • Wat kun je leren van de reactie van Paulus en Silas op hun vrijheid?
  • Op wat voor manier zou jij je vrijheid nog beter kunnen benutten?

Vers 38:

  • Op wat voor manier kunnen mensen jou herkennen als burger van Gods Koninkrijk?

Hoe zou jij kunnen zorgen dat mensen meer onder de indruk zijn van Gods Koninkrijk en ook een burger daarvan willen worden?

 


Eerdere weken…

Week 27 – 3 t/m 9 juli 2017

Handelingen 1:1-14

Vers 3:

  • Hoe heeft Jezus aan jou bewezen dat Hij leeft?
  • Wanneer was de laatste keer dat je voelde/besefte dat Jezus in jou leeft? In welke situatie was dat?
  • Hoe zou je deze ervaring(en) met anderen kunnen delen?

Vers 8:

  • Waar wil/kun jij getuige zijn?
    > Bid dat de Heilige Geest je kracht geeft om te getuigen.

Vers 14:

  • Waar zou jij vurig en eensgezind (NBV) voor willen bidden?
  • Neem dit mee als gebedspunt naar Reconnect-thuis, vraag na de dienst of mensen met je mee willen bidden, geef het door voor de gebedslijst of doe het op een andere persoonlijke manier.

Handelingen 1:15-26

Vers 16, 20:

  • In beide verzen wordt teruggegrepen naar het oude testament. God wist al wat er ging gebeuren. Wat betekent dat voor jou en jouw leven?
  • Vertel dit aan God; spreek je dankbaarheid en je vragen uit.

Vers 24:

  • Wat vind je van dit gebed? Wat zegt het over de discipelen en wat zegt het over God?
  • (Hoe) vraag jij God om leiding bij keuzes in je leven?
  • Voor welke taak heeft God jou uitgekozen, welke talenten heeft God jou gegeven?

Handelingen 2:1-13

Vers 1-4:

  • Wat zeggen deze verzen over de Heilige Geest?
  • Wat betekent dat voor jou persoonlijk?
  • (Hoe) ervaar jij dat de Heilige Geest werkt in jouw leven?
  • Spreek dit uit en spreek ook evt. verlangens naar Hem uit.

Vers 12, 13:

  • Wat vind je van de reactie van de mensen?
  • Hoe reageren mensen op jou als je verteld dat je Christen bent of iets deelt over je geloof?
    Hoe ga je daar mee om?
  • Vraag God om wijsheid in zulke gesprekken.

Handelingen 2:14-28

Vers 14: (NBV)
‘luister naar mijn woorden en neem ze ter harte’.

  • Wat betekent dit? Maak je keuzes in wat je ter harte neemt? Wat is het laatste wat je hebt gehoord en ter harte hebt genomen? Wat voor invloed heeft dit op jou?
  • Deel dit met God en vraag of Hij je wil helpen om de goede dingen (Gods waarheid) ter harte te nemen.

Vers 24 -28:

  • Wat zegt dit over wie God is en wie Jezus is?
  • Wat betekent dit voor jouw persoonlijk?
  • Vertel dit aan God

Handelingen 2:29-48

Vers 35:

  • Wat betekent deze tekst? Wat zegt dit over God en over de duivel?
  • Als Jezus in je woont, wat betekend deze tekst dan voor jou?
  • De duivel is verslagen en heeft niets meer over ons te zeggen, al probeert hij wel te doen alsof. Hij wordt niet voor niets ‘de vader van de leugen’ genoemd.
    Vraag God om je te helpen de waarheid te blijven zien en te volgen.

Vers 42 -47: De eerste gemeente ontstaat.

  • Wat vind jij van de manier waarop de eerste gemeente met elkaar samenleefde?
  • Op welke manier ben jij onderdeel van de gemeente (het lichaam van Jezus)?

Vraag God om je te helpen bij de dingen die je mag doen in de gemeente en spreek evt. verlangens uit.

Week 28 – 10 t/m 16 juli 2017

Handelingen 3:1-10

Vers 6:
De verlamde man vroeg om geld, maar ontving een andere vorm van rijkdom: genezing

  • Heeft God jouw gebed wel eens op een andere manier verhoord dan je had verwacht? Wat voor invloed had dit op je leven?
  • Welke ‘rijkdommen’ heb jij van God ontvangen?
  • Wat heeft God jou gegeven om in te zetten voor anderen (gaven, talenten, zegeningen)? Hoe zet je dit in?

Vers 8,9:

  • Wat vind je van de reactie van de genezen man?
  • Hoe reageer jij op dingen die God doet in je leven? Hoe zou je willen reageren? Zit daar verschil tussen?
  • Dank God voor de dingen die Hij in je leven heeft gedaan en spreek je verlangens naar Hem uit.

Handelingen 3:11-26

Vers 16:

  • Wat zegt dit over de macht van Jezus?
  • Herken je/ Geloof je in de macht van Jezus in jouw leven?
  • In welke aspecten van je leven zou je verandering willen zien in de naam van Jezus? Wat zou je in geloof willen vragen of uitspreken?
  • Breng dit in gebed.

Vers 17:

  • Hoe ga jij om met mensen die uit onwetendheid reageren? Hoe zou Jezus omgaan met die onwetendheid?
  • Wat is de reactie van Petrus op de onwetendheid? Wat kun je daar van leren en hoe kun je dit toepassen in je gesprekken met mensen in je omgeving?

Vers 26:

  • Wat betekent deze tekst voor jou persoonlijk?

Hoe is dit zichtbaar in jouw leven?

Handelingen 4:1-22

Vers 13:
Het was zichtbaar dat Petrus en Johannes niet uit eigen kracht werkten.

  • Op welke momenten in je leven heb je ervaren dat God aan het werk was door jou heen?
  • Wat was de reactie van mensen die dit zagen?
  • Wat deed het voor jou persoonlijk?

Vers 19, 20:

  • Wat vind je van de reactie van Petrus en Johannes?
  • Hoe sta je hier zelf in?

Waarin zou jij meer naar God willen luisteren? Spreek dit naar Hem uit.

Handelingen 4:23-31

Vers 24-30:

  • Wat kun je leren van de reactie van de leerlingen?
  • Wat kun je leren van het gebed van de leerlingen?
  • Hoe kun je beide dingen toepassen in je eigen leven?

Vers 31:

Een indrukwekkend antwoord van God op gebed.

  • Wat zegt dit vers over wie God is voor jou persoonlijk.
  • Wanneer was jij onder de indruk van Gods reactie op Gebed.
  • Spreek dit naar God uit: Dank God voor de gebeden die Hij heeft verhoord en dank God voor wie Hij is voor jou persoonlijk.

Handelingen 4:32-37

Vers 32 – 35:

  • Wat vind je van de manier waarop deze mensen met elkaar leefden?
  • Wat kun je hiervan leren?
  • Wat zie je hiervan in je eigen leven en omgeving?

Wat zou je graag willen veranderen? Spreek dit verlangen naar God uit en naar anderen als je hart dit ingeeft

Week 29 – 17 t/m 23 juli 2017

Handelingen 5:1-11

Vers 4: Niet de mensen heb je bedrogen maar God zelf. Vers 9: Hoe heb je durven besluiten om de Geest van de Heer te trotseren.

  • Wat zegt deze geschiedenis over de Heiligheid van God?
  • Op wat voor manier sta jij stil bij de Heiligheid van God?
  • Voor God kunnen we niets verbergen. Wat betekent dit voor jou persoonlijk? Geeft dit veiligheid of juist niet? Hoe komt dit?
  • Neem de tijd om echt te zijn bij God; stort je hart uit, vertel Hem alles wat je bezig houdt. (je happy en je crappy).

Handelingen 5:12-25

Vers 17:

  • Ervaar je weerstand van mensen om je heen als ze horen of zien wat God in je leven doet? (Op wat voor manier?)
  • Ervaar je weerstand in de vorm van Geestelijke strijd in je leven?
  • Hoe ga je hiermee om?

Vers 19 -21:

  • Op wat voor manier heb jij meegemaakt dat God ingreep als je weerstand ervoer?
  • Wat voor invloed had dit op je gevoel en gedrag?
  • Hoe kun je hier van getuigen?

Handelingen 5:26-42

Vers 38, 39:

  • Wat betekent deze tekst voor jou persoonlijk?
  • Hoe betrek je God bij de dingen die je doet?
  • Hoe zorg je dat je dingen doet vanuit Gods kracht en niet vanuit eigen kracht?

Vers 41, 42:

  • Hoe ga jij om met afwijzing, vernedering etc. vanwege je geloof?
  • Wat kun je leren en voor jezelf toepassen vanuit deze twee teksten?

Handelingen 6:1-7

Vers 1-5

  • Hoe word gereageerd op de ontevredenheid die wordt beschreven in vers1?
  • Welke verdeling word er gemaakt in rollen/taken?
  • Wat is de voorwaarde voor het invullen van deze rol/taak?
  • Wat kun je hier voor jezelf uit halen als les?

Handelingen 6:8-15

Vers 8-15:

  • Wat zegt deze geschiedenis over de strijd die we hebben te voeren?

Vers 10:

  • Wat zegt dit over de kracht van God in Stefanus?
  • Wat zegt dit over de kracht van God in jou?

Vers 11-14:

  • Wat gebeurt hier precies als je bedenkt dat satan ‘de vader van de leugen’ word genoemd?
  • Hoe ga jij om met onrecht zoals hier wordt beschreven?

Hoe betrek je God in onrecht, strijd in je leven?

Week 30 – 24 t/m 30 juli 2017

Handelingen 7:1-34

Vers 1:

  • Op wat voor manier spreekt Stefanus de mensen aan?

Vers 1-34:

  • Waarom denk je dat Stefanus een soort samenvatting geeft van het oude testament?
  • Welk thema is te herkennen in het verhaal van Stefanus?
  • Wat kun jij er voor jou persoonlijk uit halen?

 

Handelingen 7:35-53

Vers 35-40

  • Welke vergelijkingen met Jezus kun je herkennen?
  • Herken je de afwijzing van Jezus in de wereld om je heen?
  • Hoe denk je dat Jezus wil dat we daar mee omgaan?

Vers 35-53.

  • Mensen zijn ontrouw, maar God blijft altijd trouw. Herken je dat in je eigen leven?
  • Hoe ga jij om met Gods trouw?

Handelingen 7:54 – Handelingen 8:3

Vers 60:

Jezus sprak vergelijkbare woorden aan het kruis.

  • Hoe kunnen wij leren om in liefde en genade naar mensen te kijken die ons iets aan doen?
  • Vraag God om je hierin te helpen.

Vers 1, 3:

Wereldwijd worden christenen hevig vervolgt.

  • Op wat voor manier sta jij stil bij de vervolgde christenen?
  • Neem de tijd om in gebed te gaan voor de vervolgde christenen wereldwijd.

Handelingen 8:4-25

Vers 4-8:

  • Wat is de reactie op de vervolging uit het vorige gedeelte?
  • Er ontstaat vreugde door overwinningen. Hoe vier jij de overwinningen die God geeft?

Vers 9-24:

  • Welke lessen kun je trekken uit het leven van Simon en de reactie van Petrus?
  • Genade en 2e kansen staan centraal. Hoe ervaar jij Gods genade in je leven? Hoe ga je om met die genade?

Petrus en Johannes gingen naar de Samaritanen om daar het evangelie te brengen. De Samaritanen waren in die tijd een soort van aartsvijanden van de Joden.

  • Op wat voor manier kun jij de liefde van Jezus laten zien aan je ‘vijanden’ (mensen die je niet goed behandelen, etc.)

Handelingen 8:26-40

Vers 26-29:

God heeft de Ethiopiër op het oog en leidt Filippus naar hem toe. Een bijzonder ontmoeting geleid door God.

  • Welke bijzondere ontmoetingen herken jij in je leven?
  • Hoe ervaar jij dat God je op het oog heeft?
  • Hoe gebruikt God jou om anderen te bemoedigen en te zegenen?

Vers 35:

Hoe zou jij het evangelie uitleggen vanuit vers 32 en 33?

Week 31 – 31 juli t/m 6 augustus 2017

Handelingen 9:1-21

Vers 5,6:

  • Hoe herken jij de stem van Jezus?
  • Welke opdracht heb jij van Jezus gekregen?
  • Als je worstelt met deze vragen, leg ze bij Jezus neer. Jezus herkent jouw stem altijd en wil je helpen om de Zijne te verstaan.

Vers 1-2, 18-20

God verandert mensen!

  • Hoe heeft God jou veranderd?
  • Hoe kun je hier van getuigen naar de mensen om je heen?

Handelingen 9:22-43

Vers 22, 23, 28,29

Het is hier duidelijk zichtbaar dat de duisternis het licht niet kan verdragen.

  • Hoe ga jij om met de haat van de wereld die gericht is op Jezus? Hoe zou Jezus willen dat je hiermee omgaat?
  • Saulus verkondigde het evangelie en ervoer strijd. Bid voor de voorgangers en evangelisten dat ze gesterkt mogen worden in de strijd.

Vers 31:

  • Welke zegen zie jij in de gemeente of bij de christenen met wie je omgaat?
  • Dank God voor de zegen die je ziet en ervaart en spreek je evt. verlangens uit voor de gemeente.

Handelingen 10:1-16

Vers 1-16:

  • Op wat voor manier spreekt God in deze geschiedenis tot de centurio en tot Petrus?
  • Op wat voor manier spreekt God door deze geschiedenis tot jou?
  • Vraag wat God vandaag tegen jou wil zeggen.

Vers 15:

  • Wat kun je leren van deze tekst?
  • Soms gebruikt God in onze ogen misschien ongeschikte mensen of omstandigheden om Zijn wil te laten zien. Waarin herken je dit? Hoe ga je er mee om, wat doe je hier mee?

Handelingen 10:17-33

Vers 17-32:

God brengt mensen bij elkaar, elk met hun eigen verhaal.

  • Welke verhalen zou jij kunnen delen over hoe God spreekt in jouw leven en welke verhalen heb je hierover van anderen gehoord?
  • Neem eens de tijd om te praten en te luisteren naar verhalen over hoe God spreekt in levens? Bijvoorbeeld na de dienst, bij Re:connect thuis of nodig iemand uit.

Vers 33:
Cornelius en zijn familie wil met een open hart luisteren naar wat Petrus te zeggen heeft. Hij is klaar om te ontvangen.

  • Met wat voor hartgesteldheid luister jij naar preken, lees je de Bijbel of.. vul zelf maar in?
  • Op wat voor manier ontvang je wat God tegen je wil zeggen? Wat doe je ermee?

Handelingen 10:34-48

Vers 34, 35:

  • Hoe kun jij vanuit deze verzen de handen en voeten zijn van Jezus?

Vers 39-43:

  • Op wat voor manier kun jij getuige zijn van Jezus heeft gedaan in jouw leven?

Vraag God of Hij je wil helpen om getuige te zijn en je te laten leiden door de Heilige Geest.

Week 32 – 7 t/m 13 augustus 2017

Handelingen 11:1-18

Vers 1-5, 17,18:

Petrus, en nu ook de joodse gelovigen kregen nieuwe inzichten doordat God tot hem sprak.

  • Welke nieuwe inzichten heb jij gekregen sinds je het boek Handelingen leest?
  • Voor welke nieuwe inzichten ben je het meeste dankbaar en waarom? Spreek dit uit naar God.
  • Welke van de nieuwe inzichten zou je kunnen gebruiken om mensen om je heen te bemoedigen?
  • Hoe kun je de nieuwe inzichten toepassen in je leven?
  • In welke dingen zou je nog inzicht willen krijgen? Ga hierover met mede christenen in gesprek om van elkaar te kunnen leren.

Handelingen 11:19-30

Vers 21:

  • Op wat voor manier merk je dat God jou steunt in het werk wat je voor God mag doen (thuis, op je werk, in de kerk, in je vriendenkring)?

Vers 23:

  • Hoe zie jij dat God aan het werk is in de gemeente, in je omgeving met christenen?

Vers 29:

  • Op wat voor manieren kunnen christenen elkaar ondersteunen? (praktisch, geestelijk).
  • Hoe word jij gezegend door andere christenen?
  • Hoe kun jij andere christenen zegenen?

Handelingen 12:1-10

Vers 5:

  • Hoe reageer jij als je verdrukking ziet of er van hoort?
  • Voor welke mensen zou jij vol vuur willen bidden? Breng dit in de praktijk.

Vers 7-10:

  • Op wat voor manier heeft God jou uit situaties gehaald waar je niet in wilde zitten? (misschien wel uit je eigen gebouwde gevangenis?)
  • Wat heeft dat gedaan voor je geloofsleven?

Handelingen 12:11-17

Vers 11:

  • Petrus hoopte dat hij gered zou worden. (misschien kon hij daarom wel gewoon slapen, vers 6). Waar heb jij hoop voor? Spreek dit uit naar God.

Vers 15, 16:

  • Herken je de reactie van degene die aan het bidden waren? Hoe komt het denk je dat we soms bidden en verbaast zijn dat God verhoort?
  • Hoe leren we God meer te vertrouwen?
  • Spreek uit naar God waar je Hem meer in wilt vertrouwen en vraag God om je daarbij te helpen.

Handelingen 12:18-25

Vers 18:

  • In deze tijd worden we vaak opgeschut in negatieve zin. Hoe zou je mensen in positieve zin kunnen ‘wakker schudden’.

Vers 22,23:

Ook in deze tijd zijn er mensen, maar ook dingen die als God worden aanbeden.

  • Hoe denk je dat God hier nu naar kijkt?
  • Welke mensen of dingen hebben bij jou het risico om boven God te komen staan?
  • Hoe kun je dit voorkomen?
  • Praat hierover met God; belijdt en vraag Hem om hulp.

Geef God de eer; dank, prijs, aanbid Hem.

Week 33 – 14 t/m 20 augustus 2017

Handelingen 13:1-12

Vers 2,3:

  • Zet een moment apart om God te aanbidden, als je wilt in combinatie met vasten.
  • Wat zegt de Heilige Geest tegen jou?
  • Wil God jou ergens voor inzetten waar je tot nu toe nog niet aan gedacht hebt?
  • Voor wie kun je bidden die een bediening/taak heeft in Gods koninkrijk?
  • Neem de tijd om hierover met God in gesprek te gaan.

Handelingen 13:13-33

Vers 9,10:

  • Hoe ga je om met mensen die leugens verspreiden over jou?
  • Hoe ga je om met mensen die leugens verspreiden over God?
  • Hoe zou Jezus reageren op bovenstaande vragen?
  • Vraag God om onderscheidingsvermogen tussen leugen en waarheid en vraag wijsheid om hier mee om te gaan.

Vers 27:

  • Hoe kun je zorgen dat Jezus en Zijn werk word herkend/erkend?
  • Kunnen mensen Jezus herkennen in jou?
  • Wat kun je doen om Jezus meer zichtbaar te maken in jouw omgeving?

Vers 31:

  • Wat kun jij doen om dicht bij Jezus te blijven zodat je van Hem kunt getuigen?
  • Deel dit met God en vraag Hem of Hij je wil helpen om dit in de praktijk te brengen.

Handelingen 13:34-52

Vers 38,39:

  • Op welke manier sta jij stil dat je door Jezus vergeving hebt ontvangen van zonden?
  • Wat betekent die vergeving voor jou persoonlijk? Vertel dit aan God

Vers 45:

  • Deze mensen werden in negatieve zin jaloers. Hoe zou je mensen in positieve zin jaloers kunnen maken?
  • Wat denk je dat daar de gevolgen van kunnen zijn?

Handelingen 14:1-15

Vers 9:

  • Waarin verlang jij naar genezing voor jezelf? (Geestelijk, lichamelijk)?
  • Waarin verlang jij naar genezing voor een ander? (Geestelijk, lichamelijk)?
  • Spreek dit uit naar God en vraag Hem of Hij hierin tot je wil spreken.

Vers 11,12,13:

  • Hoe reageer je op mensen wanneer ze je leven als Christen niet begrijpen?
  • Op wat voor manier kun je God hierbij betrekken?
  • Wie of wat zet jij wel op eens op een voetstuk? Waarom?
  • Wat kun je praktisch doen om God op nummer 1 te hebben en te houden?

Handelingen 14:15-28

Vers 17:

  • Welke grote zegeningen heb je van God gekregen in je leven?
  • Welke zegeningen heb je ontvangen in de afgelopen maand?
  • Welke zegeningen heb je in de afgelopen 24 uur van God gekregen?
  • Neem de tijd om God te danken voor zijn zegeningen.

Vers 22:

  • Op welke manier ben jij in de afgelopen periode bemoedigd?
  • Wat doet een bemoediging met je geloofsleven?
  • Wat doet het met je geloofsleven als je iemand anders bemoedigd?

Neem de tijd om aan God te vragen wie jij deze week mag bemoedigen.