Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want ieder die vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.(Mat. 7:7-8 NBV)

Het stukje van gisteren had eigenlijk de ideale titel voor de tekst van vandaag. Hoofdstuk 6 van Mattheus eindigt met de woorden dat we ons niet druk moeten maken, maar dat we ons moeten focussen op God en Zijn Wil moeten najagen (Zijn gerechtigheid) en dat we dan verzekerd mogen zijn dat Hij voor ons zorgt. Dan komen we aan in hoofdstuk 7. Dit hoofdstuk opent met een oproep om niet te oordelen, dan gaat het naar vragen en het zal je gegeven worden (de tekst van vandaag), dan een stuk over hoe we anderen moeten behandelen en dan eindigt het met een waarschuwing en een oproep om te letten op “vrucht” bij een persoon.

Ik som het zo op omdat ik de volgorde waarin het wordt genoemd erg interessant vind. Let op: Jezus sluit een deel van zijn toespraak af door te zeggen dat God voor ons zal zorgen , dat we ons dus niet druk hoeven te maken over morgen en dat God ons vrij zet om ons te focussen op Hem. Vervolgens gaat de Heer door met zeggen dat we niet moeten oordelen… want zo zegt de Heer: je ziet iemand anders zijn splinter en je eigen balk niet. Dus eigenlijk zegt de Heer hier dat niemand perfect is. Het feit dat wij ons richten op God en dat Hij voor ons zorgt, vrijwaart ons niet van fouten en maakt ons dus ook niet perfect. Hier zijn we dus ook weer het belang van genade naar boven komen. Wanneer wij dit beseffen zijn we klaar voor de volgende fase: dat we met onze vragen bij de Heer mogen komen. Dus eerst richten op de Heer en niet oordelen, voordat wij zijn aanbeland bij het vragen. Wat zo mooi is, is dat het hier dus niet gaat om je primaire levensbehoefte, want zoals we zagen in hoofdstuk 6 belooft de Heer dat de Vader dat gewoon aan jou geeft wanneer je Hem zoekt. Dus het gaat hier puur om de “overflow”! De extra’s! Maar, de Heer geeft ook even een kanttekening bij deze mooie belofte… namelijk dat we de ander moeten behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Sterker nog, dit is het hart van de Wet en de Profeten (het oude testament en dus wat voor die tijd het Woord van God was). En daarna gaat het zoals eerder gezegd verder met een waarschuwing waarna het eindigt met een statement waaruit blijkt dat het erg belangrijk is dat we vrucht dragen

Nu weer terug naar het stukje vragen en kloppen. Als wij willen dat God onze gebeden verhoort, dan moeten wij een hart hebben dat ook vrijgevig is. De wereld noemt het karma, maar ik noem dit het principe van zaaien en oogsten. Als wij niet willen geven, als wij anderen niet behandelen zoals we zelf behandeld willen worden, dan leven wij buiten de wil van God om. Maar wanneer we een ander dus wel succes gunnen, wanneer we wel blij zijn als een vriend of vriendin in de spotlight komt te staan of die promotie ontvangt waar wij al zo lang op wachten, dan is de weg vrij voor ons om te ontvangen. Let op: ik geloof in genade, maar genade is voor mij niet een eindpunt waar we moeten blijven hangen, maar is het startpunt van waar we mogen beginnen met leven. Het is de basis van ons Christelijk bestaan, dus we moeten iedere keer terug naar die basis, maar we zijn niet gemaakt om te blijven in de basis. Onze roeping is om in deze wereld ons licht te laten schitteren, zodat de mensen onze goede werken zien en eer bewijzen aan onze Vader die in de hemel is. Nu weer terug naar de overdenking om te landen. Bottomline is dit: Je kan pas genieten van de zegeningen van God, wanneer je blij bent dat iemand anders gezegend wordt. En om het nog een stap verder te brengen: Je kan pas genieten van de zegen van God, wanneer je bereid bent om zelf de zegen te worden voor iemand anders.